:]
    :]
Terug

7 goedbedoelde zinnen die motivatie onder druk zetten

2026/08/22
Ik denk dat zowat elke leidinggevende één of meerdere van onderstaande zinnen al eens uitgesproken heeft.

“Je moet hier toch zelf ook wat verantwoordelijkheid in nemen.” 

Herkenbaar? 

Ik denk dat zowat elke leidinggevende één of meerdere van onderstaande zinnen al eens uitgesproken heeft. 

En ja. Ik ook. 😉 

Meestal zelfs met de beste bedoelingen. 

We willen mensen helpen. In beweging krijgen. Eigenaarschap stimuleren. Duidelijk zijn. 

Alleen kan wat wij bedoelen soms behoorlijk verschillen van wat de ander hoort. 

Waarom zijn deze zinnen interessant? 

Omdat ze vaak zonder dat we het beseffen externe of interne druk kunnen versterken én één of meerdere van onze drie psychologische basisbehoeften kunnen frustreren: Autonomie, verBondenheid en Competentie. 

Externe en interne druk zijn vormen van gecontroleerde, lage kwaliteitsmotivatie. 

Bij externe druk doe ik iets omdat iemand anders iets van mij verwacht, omdat er een beloning tegenover staat of omdat ik negatieve gevolgen wil vermijden. 

Bij interne druk zit die “moet” ondertussen in mezelf: ik wil niemand teleurstellen, voel me schuldig als ik het niet doe, of vind dat ik moet bewijzen dat ik het kan. 

En ja: ook vanuit die motivatie kunnen mensen heel hard werken. 

Soms zelfs bijzonder hard. 

Maar het voelt anders. En het kost doorgaans ook meer energie dan wanneer ik iets doe omdat ik er zelf achter sta, het belangrijk vind of er oprecht voor wil gaan. 

Dus… zeven zinnen om eens bij stil te staan. 

1. “Je moet hier toch zelf ook wat verantwoordelijkheid in nemen.” 

→ kan externe én interne druk versterken. 

Externe druk: “Mijn leidinggevende verwacht dat ik dit zelf opneem.” 

Interne druk: “Ik móét tonen dat ik verantwoordelijk ben. Ik zou dit toch zelf moeten kunnen.” 

Autonomie: het eigenaarschap voelt minder als iets waarvoor ik zelf kies, omdat ik voel dat het van mij verwacht wordt. 

Competentie: ik kan horen: “Blijkbaar doe ik het nu niet goed genoeg. Blijkbaar zou ik dit al moeten kunnen.” 

2. “Ik doe dit voor je eigen bestwil.” 

→ kan vooral externe druk versterken. 

Autonomie: iemand anders bepaalt niet alleen wat ik moet doen, maar meteen ook wat zogezegd goed voor mij is. 

Mijn eigen perspectief krijgt weinig ruimte. 

3. “Iedereen moet hier nu gewoon even door.” 

→ kan vooral externe druk versterken. 

Autonomie: er lijkt niets meer te bespreken, kiezen of beïnvloeden. Het moet gewoon. 

Verbondenheid: wanneer ik aangeef dat ik het moeilijk heb en het antwoord is “iedereen heeft het moeilijk”, kan ik horen: “Mijn ervaring doet er blijkbaar niet zoveel toe.” 

4. “Je krijgt toch genoeg vrijheid?” 

→ kan vooral interne druk versterken. 

Autonomie: ik heb misschien veel vrijheid op papier, maar kan psychologisch toch weinig ruimte ervaren. 

“Ik mag zelf kiezen… maar ik weet eigenlijk heel goed wat er verwacht wordt.” 

Verbondenheid: als mijn ervaring onmiddellijk wordt tegengesproken, voel ik me ook minder begrepen. 

5. “Als we allemaal onze bonus willen halen…” 

→ kan vooral externe druk versterken. 

Autonomie: mijn reden om iets te doen verschuift richting: 

“Ik doe dit omdat ik er iets voor krijg.” 

In plaats van: “Ik zie waarom dit belangrijk is en ik wil hieraan bijdragen.” 

En nee, dat betekent niet dat een bonus per definitie fout is. De vraag is vooral: welke plaats krijgt die beloning in het hele motivatieverhaal? 

6. “Ik verwacht gewoon wat meer inzet.” 

→ kan externe én interne druk versterken. 

Externe druk: “Mijn leidinggevende verwacht meer van mij.” 

Interne druk: “Ik doe blijkbaar niet genoeg. Ik moet harder mijn best doen.” 

Competentie: “Wat ik nu doe, is blijkbaar niet goed genoeg.” 

Verbondenheid: “Ziet mijn leidinggevende eigenlijk wel hoeveel ik al doe?” 

7. “Zo moeilijk is dat toch niet?” 

→ kan vooral interne druk versterken. 

Competentie: “Als dit gemakkelijk is en ik vind het moeilijk, dan zal het wel aan mij liggen.” 

En dan krijg je gedachten als: 

“Ik moet dit kunnen.” 
“Ik stel beter geen domme vraag.” 
“Ik zorg wel dat niemand merkt dat ik het niet snap.” 

Verbondenheid: net op het moment dat ik hulp nodig heb, voel ik me minder begrepen. 

En nee. 

Dit betekent niet dat deze zeven zinnen vanaf morgen op een verbodenwoordenlijst moeten. 😉 

Context, relatie en toon doen ertoe. 

Maar taal doet óók iets. 

Een paar woorden kunnen maken dat iemand denkt: 

Ik moet. 
Ik mag niet teleurstellen. 
Ik zou dit moeten kunnen. 
Ik moet bewijzen dat ik het waard ben. 

En dat is misschien wel het belangrijkste punt: 

veel motivatie is niet noodzakelijk goede motivatie. 

Iemand kan doen wat je vraagt. Hard werken. Targets halen. Ja zeggen. 

En toch vooral gedreven worden door druk. 

Daarom vind ik de vraag: 

“Hoe motiveer ik mijn mensen?” 

eigenlijk steeds minder interessant. 

Veel interessanter is: 

“Welke kwaliteit van motivatie creëren we met de manier waarop we leidinggeven?” 

Welke van deze zeven hoor jij het vaakst op de werkvloer? 😉 

Dit is een tip van Hermina Van Coillie

Hermina is expert in HQ-motivatie en de zelfdeterminatietheorie, afgestemd op jouw organisatie. Zo helpt zij jou:

Flourish SDT

Hermina Van Coillie
BE 0774.461.262
 
Bruul 
3220 Holsbeek

Contactgegevens